Wat je onderweg ziet
De kades van Parijs staan sinds 1991 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Dat is precies het stuk dat de boten varen, en het is in een uur te doen.
De route, in volgorde
Vanaf de Eiffeltoren vaart de boot eerst stroomafwaarts langs de linkeroever, keert rond Île de la Cité en komt terug langs de rechteroever. Dat betekent dat je bijna alles twee keer ziet, maar van twee kanten en in ander licht.
- Les Invalides. De vergulde koepel boven het graf van Napoleon, meteen na vertrek aan de linkeroever.
- Musée d'Orsay. Een oud kopstation met twee grote klokken in de gevel. Vanaf het water zie je pas hoe lang dat gebouw is.
- Institut de France en de Pont des Arts. De koepel van de academie en de voetgangersbrug ertegenover.
- Île de la Cité en de Conciergerie. De ronde torens aan het water zijn het restant van het middeleeuwse paleis; hier zat Marie-Antoinette gevangen.
- Notre-Dame. Het keerpunt. Vanaf het water zie je de achterkant met de luchtbogen, die je vanaf het voorplein nooit ziet.
- Hôtel de Ville. Het stadhuis op de terugweg, met een gevel die eruitziet als een kasteel.
- Louvre. De langste gevel van de hele route, en degene die maar niet lijkt op te houden.
- Place de la Concorde en de Tuilerieën. De obelisk steekt net boven de kademuur uit.
- Pont Alexandre III. Eén enkele vlakke boog, vergulde beelden op vier pijlers, lantaarns met engelen. De mooiste brug van de tocht.
- Grand Palais. Het glazen dak vlak voor je weer bij de toren bent.
Aan welke kant ga je zitten?
Vertrek je vanaf de Eiffeltoren, ga dan aan bakboord zitten — links als je naar voren kijkt. Op de heenweg heb je dan het Musée d'Orsay, Île de la Cité en de Notre-Dame aan jouw kant; op de terugweg ligt het Louvre aan de andere kant, maar dan sta je toch al op om te kijken. Wie het bovendek haalt, heeft dit probleem niet: daar loop je gewoon over.
De bruggen
Tussen de Eiffeltoren en Île de la Cité vaar je onder een stuk of vijftien bruggen door. De Pont Alexandre III is de bekendste en tegelijk de laagste: hij is bewust met één vlakke boog gebouwd zodat het uitzicht vanaf de Champs-Élysées op de Invalides niet geblokkeerd werd. Daarom zijn de rondvaartboten ook zo laag en plat gebouwd — ze moeten eronderdoor passen. De Pont Neuf is ondanks zijn naam de oudste brug van de stad, en de Pont des Arts is de voetgangersbrug waar jarenlang de liefdesslotjes hingen tot het gewicht de leuningen begon te vernielen.
Wat je alleen vanaf het water ziet
- De achterkant van de Notre-Dame met de luchtbogen, van dichtbij en op ooghoogte.
- De kademuren zelf: trappen, ringen, oude sluisdeuren en de hoogtemerken van vroegere overstromingen.
- De onderkant van de bruggen, waar je ziet hoe verschillend ze gebouwd zijn.
- De woonboten en de bouquinistes vanaf de andere kant.
En als je iets heel anders wilt
De tocht over de Seine en het Canal Saint-Martin laat de standaardroute halverwege los en gaat het kanaal op: vier sluizen, een lange overdekte tunnel onder de Bastille met lichtschachten in het plafond, kastanjebomen over het water en smalle ijzeren voetgangersbruggen. Dat is de enige tocht die je iets laat zien wat je vanaf de kade niet vindt. Hij scoort met 4,3/5 wel het laagst van onze zes en vaart alleen van mei tot en met augustus dagelijks.
De kades zijn het werelderfgoed, niet de gebouwen. UNESCO plaatste in 1991 de oevers van de Seine tussen de Pont de Sully en de Pont d'Iéna op de lijst — juist omdat de rivier, de kademuren en de bruggen samen één stadsontwerp vormen. Dat stuk is precies wat je in dat uur vaart, van begin tot eind.